De meerwaarde van een tweezijdige aanpassing met hoortoestellen
Onderzoeker(s): dr. M. Boymans
Begeleider(s): prof.dr.ir. W.A. Dreschler i.s.m.
dr. S.T. Goverts en dr.ir. J.M. Festen (VUMC)
Achtergrond:
Ieder mens heeft twee oren, toch wordt er in eerste instantie vaak maar aan één oor een hoortoestel aangemeten. Bij normaalhorenden blijkt echter dat het gebruik van beide oren samen een aantal voordelen oplevert op het gebied van richtinghoren en spraakverstaan in stilte en vooral in ruis. Het is dus goed voor te stellen dat het ook voor slechthorenden voordelen kan hebben om twee hoortoestellen te krijgen. De mogelijke voordelen van een binaurale aanpassing zijn echter nog niet eerder systematisch onderzocht. In verband met veranderde regelgeving op het gebied van hoortoestelvergoedingen is dit van groot belang. In opdracht van het College van Zorgverzekeringen (CvZ) heeft de Stichting Pact een breed onderzoek opgezet naar de meerwaarde van de tweezijdige aanpassing met hoortoestellen, waaraan door 10 audiologische centra is deelgenomen.
Doel:
De huidige praktijk van het voorschrijven van een tweezijdige aanpassing met hoortoestellen nader onderbouwen in verband met veranderingen in de regelgeving.
Methode:
Het PACT-onderzoek bestaat uit drie gedeelten:
• een literatuuronderzoek
• een retrospectieve studie bij 1000 goedkeuringen voor één of twee hoortoestellen
• een prospectief onderzoekbij proefpersonen die twee hoortoestellen wilden proberen. Vóór de proefperiode zijn diagnostische testen uitgevoerd die informatie geven over de binaurale functie en de kritische signaal-ruisverhouding per oor. Na de proefperiode zijn evaluatietesten uitgevoerd met één en twee hoortoestel(len).
Afronding:
De verschillende onderdelen zijn bewerkt tot internationale publicaties, die deel uitmaken van het proefschrift van mw.dr. M. Boymans. Alle resultaten van deze studie staan bovendien in detail beschreven in CvZ-rapport 119. Het CvZ concludeert dat de resultaten van de systematische review, retro- en prospectieve studie een (wetenschappelijke) onderbouwing geven aan de meerwaarde van een stereofonische aanpassing. In de retrospectieve studie is voor de eenzijdig slechthorenden voor bijna alle uitkomstmaten een significante meerwaarde gevonden bij het dragen van één hoortoestel in vergelijking met het dragen van geen hoortoestel. Slecht horen heeft grote consequenties. Het betekent voor de betrokkenen: moeite met communiceren, moeite met functioneren op school, werk en in de vrije tijd. In het verlengde hiervan voor velen: vermindering van kansen op de arbeidsmarkt, vermindering van arbeidsprestaties of overbelasting, soms resulterend in arbeidsongeschiktheid. Slechthorendheid treft daarmee niet alleen individuen maar ook de samenleving in haar geheel. Een verantwoord verstrekkingenbeleid van audiologische hulpmiddelen is van grote maatschappelijke en daarmee ook economische betekenis.
Het onderzoek heeft in 2002 geleid tot een advies van het College voor Zorgverzekeringen (CvZ) om de aanspraken voor een tweezijdige aanpassing met hoortoestellen te verruimen.
