AZOS-project: Aangepast Zorgmodel Slechthorenden

Onderzoeker(s): dr. M. Boymans, dr. B.A.M. Franck
Begeleider(s):    prof.dr.ir. W.A. Dreschler i.s.m.

                        dr. J. Verschuure (EUMC) en dr. L.J. Anteunis

                        (AZM)

Achtergrond:
Slechthorenden melden zich bij verschillende loketten: huisartsen, KNO-artsen, Audiologische Centra en Audiciens. Deze beroepsgroepen hebben overlappende taakgebieden in de zorg voor slechthorenden, met ten dele onderscheiden verantwoordelijkheden / bevoegdheden en expertise.


Doel:
AZOS staat voor "Aangepast Zorgmodel Slechthorenden". De hoofddoelstelling van het project is: “Het implementeren van een doelmatig en toegankelijk zorgmodel voor volwassen slechthorenden met tenminste het behoud van de huidige kwaliteit, door het verschuiven van consumenten/patiëntenstromen, waardoor de huisarts, de KNO-arts en de Audiologische Centra ontlast dan wel ondersteund worden”. Nadere informatie over dit grote project is te vinden op www.pact.cc.

Methode:
Het onderzoek is in opdracht van CVZ door PACT uitgevoerd op de Audiologische Centra van AMC, azM (L.C.J. Anteunis) en EMC (J. Verschuure). Het onderzoek is begin 2006 officieel afgerond. Het design was een niet-experimenteel ontwikkelingsgericht evaluatieonderzoek. Hiervoor is gekozen omdat de ontwikkeling en uitvoering van het nieuwe zorgmodel als implementatie (verbeterproject) en interventie werden gezien. Het project had derhalve het karakter van kwaliteitsbevordering in termen van verbetercycli.

 

Resultaten:
Ten aanzien van de traige door de audicien bleek het merendeel van de slechthorenden niet zonder tussenkomst van de KNO arts of Audiologisch Centrum door de audicien te kunnen worden behandeld in verband met mogelijke pathologie of leefomstandigheden. De kwaliteit van de bij de audicien uitgevoerde anamnese en audiometrie bleken nog onvoldoende, mede door de noodzaak tot een aanvullende opleiding en te veel lawaai bij de audiometrie door de audicien. Een kwaliteitsinstrument als KIST lijkt noodzakelijk om de kwaliteit van de hoortoestelaanpassing te optimaliseren en te borgen. Daarbij is er behoefte aan een test voor onaangenaam hard geluid. En dienen de normen van KIST stringenter te worden gehanteerd. Uit de economische analyse blijkt dat het zorgmodel niet leidt tot een aantoonbaar verschil in kwaliteit van leven ten aanzien van het zorgmodel voor deregulering. De doelmatigheid van de zorg voor slechthorenden verbetert niet door het nieuwe zorgmodel zoals binnen AZOS onderzocht.

 

Afronding:
Op basis van het eindrapport dat in maart 2006 is aangeboden aan het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) zal CVZ aanbevelingen formuleren aan de betrokken partijen in het veld. Alle partijen willen onder onderscheiden condities tot ketenzorg komen met een aangepast AZOS. Het expliciet betrekken van huisartsen bij herimplementatie is van groot belang, ook gelet op multimorbiditeit van ouderen slechthorenden. De verdere implementatie zal worden gerealiseerd vanuit het Nationaal Orgaan Audiologische Hulpmiddelen (NOAH), waarin alle veldpartijen vertegenwoordigd zijn.