Lawaaislechthorendheid in de bouwnijverheid
Onderzoeker(s): drs. M. Leensen, drs. E.J.M. Jansen,
ir. H.W. Helleman
Begeleider(s): prof.dr.ir. W.A. Dreschler
Achtergrond:
Werknemers in de bouwnijverheid staan gedurende hun werk bloot aan dermate hoge geluidsniveaus dat dit tot gehoorschade kan leiden. De mate waarin gehoorschade optreedt, is per individu echter sterk verschillend.
Het meten van oto-akoestische emissies zou in deze populatie bruikbaar kunnen zijn om op individueel niveau inzicht te geven in de ontwikkeling van gehoorschade door lawaai en in de vroege detectie hiervan.
Doel:
In een grote groep werknemers, longitudinaal gevolgd door middel van toonaudiogram en OAE-metingen, worden effecten van hard geluid op het gehoor en de ontwikkeling van gehoorschade inzichtelijk gemaakt. De toepasbaarheid en de meerwaarde van de OAE-metingen in het kader van vroege detectie van lawaaischade op individueel niveau wordt hierbij onderzocht.
Methode:
Het project bestaat uit drie delen. In het eerste onderdeel wordt een retrospectieve analyse uitgevoerd van een transversale verzameling van audiometrische gegevens van bijna 30.000 werknemers in de bouwnijverheid. Hierbij wordt de invloed van verschillende factoren, zoals de lawaaibelasting, leeftijd, roken etc, op het optreden van gehoorschade bekeken.
Het tweede deel beslaat een korte termijn studie waarbij door middel van OAE-metingen tijdelijke effecten op en het herstel van het gehoor gemeten worden. Deze metingen zullen gerelateerd worden aan persoonlijke geluidsmetingen en gebruikt worden als voorbereiding op deel 3 van het project. Dit betreft een longitudinaal onderzoek binnen deze populatie, waarbij een groep jonge werknemers door middel van audiometrie en OAE-metingen gedurende langere tijd gevolgd zullen worden.
Resultaten:
Op dit moment worden de gegevens van de retrospectieve studie verwerkt. Er wordt gezocht naar beschrijvingsmethoden om uit het audiogram een schatting te maken van de afzonderlijke effecten van leeftijdsgebonden en lawaai-gerelateerd gehoorverlies. Op basis van beschikbare audiometrische gegevens blijkt dat werknemers in de bouw een slechter gehoor hebben dan leeftijdsgenoten die niet in lawaai werken. De lawaaischade lijkt vooral toe te nemen met een langere blootstellingduur, en in mindere mate met de hoogte van het expositieniveau. De invloed van roken en het gebruik van gehoorbescherming op de gehoordrempels wordt nog onderzocht.
Vervolg:
De resultaten van deze analyse worden gebruikt bij een studie die op korte termijn zal plaatsvinden. Hierbij wordt met OAE-metingen gekeken naar effecten van tijdelijke drempelverschuivingen van verschillende werknemersgroepen. Deze studie zal op zijn beurt als uitgangspunt dienen voor een grote longitudinale studie in deze sector.
