Lawaaibelasting en auditief functioneren van machinisten

Onderzoeker(s): dr.ir. A.C.H. Houben

Begeleider(s):    prof.dr.ir. W.A. Dreschler, dr. B. Sorgdrager

 

Achtergrond:

In opdracht van de Nederlandse Spoorwegen (NS) voert het Expertisecentrum Gehoor & Arbeid (G&A) een onderzoek uit naar de lawaaibelasting en het auditief functioneren van machinisten, in dienst bij de NS. Er blijkt onvoldoende kennis te zijn over de mate van achtergrondlawaai waarin de machinist zijn werk moet doen en over de effecten die dit lawaai heeft ten aanzien van de auditieve communicatie. Daarnaast lijken de normen die momenteel bij keuring worden gebruikt in bepaalde opzichten niet adequaat en is er behoefte aan criteria op basis waarvan de NS de kosten van hoortoestellen voor haar rekening moet nemen.

 

Doel:

Het doel van het onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de mate en effecten die dit lawaai heeft ten aanzien van die auditieve communicatie. Verder zullen de eisen die tijdens het werk worden gesteld aan de auditieve communicatie worden gedefinieerd, zal de huidige keuringsnorm worden geanalyseerd en zullen er richtlijnen voor (aanvullende) vergoeding van hoorhulpmiddelen worden opgesteld.

 

Methode:

De rapportage is inmiddels afgerond en geeft een inventarisatie van lawaainiveaus en waarschuwingssignaalniveaus in 6 verschillende cabines. Voor elke cabine zijn de lawaainiveaus bepaald als functie van de rijsnelheid. Bovendien zijn voor ieder type additionele situaties gemeten, zoals o.a. het in gebruik zijn van een airco, rijden in een tunnel etc. Tevens is een schatting gemaakt van de kwaliteit van auditieve communicatie middels portofoon en GSM-R.

 

Resultaten:

Op basis van de resultaten is een rekenmodel opgesteld dat kan worden ingezet voor het voorspellen van de waarneembaarheid van de waarschuwingssignalen bij slechthorendheid. Aan de hand van de resultaten en uitgaande van de audiologische keuringspraktijk is een voorstel geschreven voor aanpassing van de auditieve keuringsnorm. De rapportage is afgerond en de resultaten zijn gepresenteerd aan NS. Bovendien zullen de projectleiders een workshop organiseren voor ARBO-artsen van NS.

 

Vervolg:

De projectleiders onderzoeken de mogelijkheid tot publicatie in de nationale of internationale wetenschappelijke pers en zullen in overleg treden met het ministerie van Verkeer en Waterstaat om aanpassing van de functie eisen te realiseren.