Herkennen van waarschuwingssignalen in de werksituatie

HERKEN: Een programma om de herkenbaarheid van waarschuwingsgeluiden in de werksituatie te meten.

 

Onderzoeker(s): drs. M.M. Scharloo-Cressent
Begeleider(s):     prof.dr.ir. W.A. Dreschler


Achtergrond:
Voor het auditief functioneren op het werk zijn waarschuwingsgeluiden soms van groot belang. Voorbeelden hiervan zijn: de pieptonen van een vrachtwagen die achteruit rijdt
een alarmsignaal dat wijst op een storing in de lopende band en verschillende waarschuwingsgeluiden in ziekenhuizen (o.a. monitors).
Gehoorverlies zal niet alleen de drempel beïnvloeden, maar leidt ook tot een verminderde discriminatie van geluiden. Daarom kan aanvullend gehooronderzoek noodzakelijk zijn om vast te stellen of iemand in staat is waarschuwingsgeluiden te herkennen.

 

Doel:
Een nieuwe test is ontwikkeld om te diagnosticeren of er problemen verwacht kunnen worden bij de detectie en herkenning van waarschuwingsgeluiden door slechthorenden op de werkplek.

 

Methode:
De test bestaat uit drie delen. Eerst wordt een drempelmeting uitgevoerd, gevolgd door een training. In de derde fase vindt het eigenlijke herkenningsexperiment plaats. In achtergrond-lawaai moet een artificieel signaal dat klinkt als een autoalarm worden herkend temidden van andere artificiële signalen (de afleiders genoemd). De afleiders worden geleidelijk meer gelijk gemaakt aan het te herkennen signaal, totdat de proefpersoon niet meer kan discrimineren tussen het te herkennen signaal en de afleider. De afleiders worden langs zes dimensies gevarieerd volgens zes onafhankelijke up/down-procedures. Voor elk van deze dimensies wordt de discriminatiedrempel bepaald, aldus levert de procedure zes JND (Just Noticeable Difference)-waarden op die kunnen worden vergeleken met de gemiddelde waarden gevonden bij normaalhorenden.

 

Resultaten:
Normeringsdata zijn verzameld bij normaal horende proefpersonen. Uit de resultaten blijkt dat drie van de zes dimensies onderling significant zijn gecorreleerd. De test is inmiddels toegepast binnen het protocol van "Slechthorendheid en werk I". Slechthorenden blijken vooral problemen te hebben met het onderscheiden van de modulatiediepte en het patroon van de modulaties van artificiële waarschuwingsgeluiden. De uitslagen van de tests blijken significant te zijn gecorreleerd aan het subjectief oordeel van betrokkenen ten aanzien van het horen van waarschuwingsgeluiden en het volgen van gesprekken in lawaai.

 

Vervolg:
In een tweede versie van de test zal de procedure worden ingekort door gebruik te maken van de drie meest discriminerende dimensies. Deze test zal worden toegepast bij het project "Slechthorendheid en werk II".